BACK

Beeldhouwen in tinten van grijs

In de afgelopen jaren is leisteen het favoriete materiaal van de monumentaal werkende kunstenaar Sjaak van Rhijn geworden. Voordien werkte hij in basalt, graniet en marmer, daarvoor met keramisch materiaal. De uiteindelijke keuze voor leisteen ligt echter wel duidelijk in dat eerdere werk besloten. Steeds lag er in zijn werkwijze een nadruk op het tonen van ongestructureerde, van nature gevormde oppervlakken naast strakke, veelal gepolijste vlakken die bewust zo door de kunstenaar waren gevormd.

In de vroege beelden van keramiek werd gesuggereerd dat de diverse onderdelen van elkaar waren afgesplitst, afgebroken waar ze voorheen één geheel vormden. Natuursteen had dat uiterlijk al van zichzelf, van nature, een gegeven dat vanaf dat moment het uitgangspunt werd in het werk van Van Rhijn. Door gebruik te maken van het aardse materiaal als drager van energie, dat direct uit de groeves afkomstig was en het streven van de kunstenaar om de abstracte gerichtheid naar andere energievelden zichtbaar te maken, ontstaan beelden die deze met elkaar lijken te verbinden. In de kleinere sculpturen van leisteen wordt van het contrast tussen de natuurlijke gelaagdheid en de strakke vormen, die uit het stenen lichaam lijken op te rijzen, een optimaal poëtisch gebruik gemaakt. Het werk roept associaties op met architectonische bouwwerken, met licht en warmtebronnen, ontvangen en verzenden. Leisteen is daarnaast ook een materiaal dat een zekere traditie kent, van oudsher werd er op geschreven of in gekrast. Het werd zowel twee- als driedimensionaal gebruikt.

Beide toepassingen zijn van invloed geweest op de wijze waarop Van Rhijn van leisteen gebruik maakt. De regelmatige structuur van een serie leistenen plaatjes vormen het uitgangspunt voor enkele grote werken waarin de ontvangst van het weerkaatsende licht centraal staat. Wandelend rond een monumentaal doorzichtig gordijn van leistenen lamellen die onder verschillende hoeken zijn aangebracht, zijn steeds andere patronen te onderscheiden. Soms gaat daarbij het materiaal zichtbaar op in de bijna verblindende scherpte van het passerende licht. Tekens, beweging, patronen worden door middel van inkrassen, het intekenen met grafiet en het wegslijpen van het oppervlak zichtbaar in tonen van lichtgrijs tot diepzwart. Elk stukje leisteen is als een blad papier, bij elkaar gebracht vormen zij een soort schetsboek. Soms vertelt dat het verhaal van sporen die de uiteenlopende schrijfwaren nalieten, soms ook maakt het juist de diversiteit van leisteen als materiaal zichtbaar.

Hans Vogels, 1994